De eerste generatie is Piet van Tiggelen,

 

Opa piet was al vroeg met de sport bekent, in Amsterdam werd op zolder het eerste hok gebouwd. Toen mijn vader naar het Brabantse vertrok werd zijn slaapkamer vlieghok. Toen opa verhuisde naar een beneden woning werd er in de tuin al snel gebouwd, hier zijn verschillende hokken gebouwd van L opstellingen tot duivenflats. Hier zijn nog foto's van te zien in het kopje foto's. Piet haalde grote prijzen binnen in Amsterdam bij p.v. orna. dit is te zien bij oude prestaties. In de periode dat opa in loon op zand woonde werd comb. v Tiggelen gemaakt samen met mijn vader. Nadat opa heimwee naar de stad kreeg en terug naar Amsterdam vertrok, was er geen plaats voor postduiven. Hij bleef wel betrokken bij de sport en ging regelmatig kijken bij bevriende duivenboeren daar. Opa overleed op 72 jarige leeftijd.

 

De tweede generatie is George van Tiggelen,

 

Hoe het begon,        

Mijn zoon vroeg mij op de weg naar de duivenbeurs in Houten 2015, of ik een stukje wilde schrijven over mijzelf voor deze site. Over hoe ik de hobby heb leren kennen en voel.

Ik weet nog, hoe ik als jongen van 10 bij mijn vader achterop de fiets naar de Noordermarkt ging in Amsterdam, waar ik geboren ben. Op de markt gingen we duiven kijken, en dat was het moment dat de duivensport mij te pakken had. Zo kwam ik erachter dat mijn buurman ook duiven had. Toen ik brutaal bij hem aanbelde, en vroeg of ik bij hem mocht komen kijken, vloog de deur spontaan open en de vriendschap was er. We noemden hem de buurman van buiten. Mijn eerste duiven kwamen ook bij hem vandaan. Ik moest ook mee naar de duivenclub, waar ik lid werd. Deze was om de hoek, op de Zeeburgerdijk: De Zeppelin geheten. Daar werd ik al gauw als kleine jongen in de armen genomen. Ik kreeg daar ook veel advies en natuurlijk jongen duiven van grote bekende liefhebbers uit die tijd. De namen zijn me niet meer zo bij gebleven, maar een paar van toen: de buurman van buiten, de Fam. Sondaar Hulskamp en oom rien van Beuning, noem maar op. De tijd dat je geholpen werd met je hobby zonder portemonnee. Zo kan ik nog wel verder schrijven over de sport, voor mij is het een geweldige hobby.

 

 

De derde generatie ben ik zelf,

 

Laat ik me voorstellen, ik ben Melvin van Tiggelen. Opgegroeid met postduiven waarbij beide opa's de sport goed beoefende. Mijn vader kon hier niet in achterblijven. Dus ook thuis waren er duiven, in de straat waar we woonden zaten er wel 10 duivenboeren. Dus kennis was er genoeg ( klets trouwens ook ). Toen mijn zusje geboren was, is mijn vader er mee gestopt om meer eropuit te kunnen. Maar als we bij opa in Amsterdam kwamen, kriebelde het goed en moesten de duiven ook even vastgehouden worden. Toen mijn ouders op mijn 13e verhuisden naar de hoekwoning 2 deuren verder, was de tuin een hele wildernis. Na deze opgeschoond te hebben en een gekregen duivenkooi te hebben geplaatst, alszijnde schuur, ving ik een belse postduif op. Na deze te hebben verzorgd, bleef hij op de kooi. Na de eigenaar gebeld te hebben, mocht ik deze houden. Na nog geen maand, zat er al een afdeling vol. De (schuur) werd werd verplaatst, en daar stond dan 12 meter duivenkooi. (Zie foto's v Tiggelen en z'n ) Hier hebben pa en ik jaren op gespeeld. Toen opa naar ons dorp verhuisde van de stad, is er comb. V Tiggelen van gemaakt. Waarbij ik te druk was met school en mijzelf terugtrok. Dit koppel sleepte vele prijzen in de wacht. Door omstandigheden is de hobby abrupt gestopt, en is alles weggebracht. Er werd begonnen met sierduiven. Hier heb ik ook veel plezier in gehad; met name de kingduiven. Na 10 jaar deze gehad te hebben, bleef de postduif toch kriebelen en hebben we deze hobby opnieuw opgepakt. 

 

 

De vierde generatie zijn Lorena en Bo,

Ze zijn dol op de duifjes in opa's kooi vooral het thuiskomen vinden ze mooi en ze roepen dan ook gezellig mee.